Custard: vaak een mix van hete melk en custardpoeder die wordt gebruikt als toetje of als taartvulling. Custardpoeder is uitgevonden in 1837 door Alfred Bird, die daarop meteen een winkel opende in Birmingham waar hij alleen zijn uitvinding verkocht.
Voor de vaste lezers van deze rubriek is dit natuurlijk niet erg interessant, aangezien zij de custard willen maken zoals het hoort: met losgeklopte eieren hete melk binden. Alhoewel tegenwoordig de meeste custards zoet zijn, bestaan er ook hartige versies. Die zijn dan weer niet in poedervorm te krijgen.
- 4 plakjes bladerdeeg
- 1 mango
-
poedersuiker
- voor de custard:
- 2 deciliter room
- 3 deciliter melk
- 1 eetlepel maizena
- 3 eidooiers
- 2 eetlepels suiker
- cacaopoeder
Maak rondjes van de plakjes bladerdeeg. Prik het deeg in met een vork. Laat een randje van 1 centimeter glad. Schil de mango en snijd het vruchtvlees in plakjes leg deze op het ingeprikte deeg. Bestrooi de taartjes met poedersuiker en bak ze 15 minuten in een voorverwarmde (180 graden) oven. Breng de melk met de room aan de kook.
Roer in een kom de dooiers, de maizena en de suiker door elkaar. Giet het kokende roommengsel hierbij en roer het door elkaar. Giet alles terug en zet deze nog even op het vuur. Roer tot het mengsel begint te binden. Je kunt zowel de taartjes als de custard warm of koud eten.
