Archeologen zijn in Itteren begonnen aan een van de grootste opgravingsprojecten ooit in Nederland. Zij verwachten veel belangrijke vondsten in het Maasdal, waar na hun werk op grote schaal ontgrindingen in het kader van het project Grensmaas plaatsvinden.
Dat maakten onderzoekers van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) dinsdag bekend op een persbijeenkomst in Holtum. De opgravingen concentreren zich vooral rond Borgharen en Itteren, maar ook rond de noordelijker gelegen oude Maasgeulen. Daar verwachten de onderzoekers veel scheepsresten aan te treffen. Bij een eerste onderzoek zijn zij in Itteren gestuit op de resten van een nederzetting uit de ijzertijd van rond 500 voor Christus.
Ook is in Borgharen in een graf het skelet van een Romeinse soldaat gevonden. In het graf lagen ook het zwaard en de gesp van de krijger. Op de gesp stond de naam van de man: Bobo.
Witte vlek
De opgravingen gaan 5 miljoen euro kosten, betaald uit de grindopbrengsten van het Grensmaasproject. Daarbij wordt 55 miljoen ton grind gebaggerd ter beveiliging tegen overstromingen van de Maas. Ellen Vreenegoor van de RACM zei veel van het onderzoek te verwachten, omdat het Maasdal nog steeds een nagenoeg witte vlek op de archeologische kaart is.
De archeologen verwachten resten van schepen, bruggen, steigers en visvoorzieningen uit de ijzer- en Romeinse tijd te vinden, evenals bewoningsresten, villa's en grafvelden. Het totale archeologische onderzoek duurt vijftien jaar.
