De studie van Friese taal en cultuur moet breder aangepakt worden, vindt dr. Goffe Jensma, de nieuwe hoogleraar Friese taal- en letterkunde in Groningen. Jensma pleit in zijn oratie van dinsdag voor een nieuwe definitie van de frisistiek: de wetenschap van taal, cultuur en literatuur van en in Friesland.
Het onderzoek moet zich meer richten op vergelijkingen en verbanden met landelijke en internationale ontwikkelingen.
Voor de bloei van het vak vindt de hoogleraar het van belang dat wordt gekeken naar de vraag hoe inwoners van Friesland nu hun omgeving beleven en welke betekenis ze toekennen aan de plaats waar ze wonen.
'Friese beweging zonder betekenis'
In zijn rede schetste Jensma hoe de Friese beweging, die vooral tussen 1900 en 1940 velen wist te mobiliseren, zijn betekenis vrijwel heeft verloren. Het ijveren voor taal en cultuur is nu vooral een zaak van de provinciale overheid.
Langs politieke weg is met succes gewerkt aan een betere positie van het Fries, dat erkenning kreeg als tweede rijkstaal, maar het enthousiasme van onderop is er niet groter op geworden. Daarnaast heeft de ontlezing door opkomst van radio, televisie en digitale media heeft ook gevolgen voor het Fries.
'Literatuur werd incrowd'
De provincie past zich wel aan - bij voorbeeld door het Fries als voertaal op Omrop Fryslân te subsidiëren en het bloeiende toneelleven te steunen - maar de eens zo bloeiende Friese literatuur is in de ogen van Jensma ,,een kleine zichzelf bestuivende incrowd'' geworden.

