,,Het waren kennelijk luchtballonnen'', oordeelt landbouwminister Gerda Verburg over de klokkenluiders die recent ‘misstanden op grote schaal' in Nederlandse slachthuizen aankaartten. De bewindsvrouw zegt dit in een reactie op een onderzoek onder leiding van de Belgische dierenarts Piet Vanthemsche naar het toezicht op kleine en middelgrote slachterijen. Dit vond plaats in opdracht van het ministerie.
Dit toezicht is structureel onvoldoende, constateert Vanthemsche. Hij wijt dit voornamelijk aan een gebrek aan dierenartsen bij de controlerende instantie, de Voedsel en Warenautoriteit (VWA).
De gebrekkige controle zorgt ervoor dat er grote kans is op fraude en misbruik in deze slachterijen. Er zou gesjoemeld kunnen worden met slachtregels. Circa tien procent van het vlees op de Nederlandse markt is afkomstig van deze bedrijven.
Het onderzoek van Vanthemsche is een vervolg op een onderzoek begin dit jaar van de commissie-Hoekstra naar het gebrek aan toezicht bij veetransporten en slachterijen door de Voedsel- en Warenautoriteit. Volgens Vanthemsche zijn de meeste medewerkers van de VWA ‘integer en gedreven', hoewel zij door de hoge werkdruk ‘soms gefrustreerd' zijn geraakt.
Misstanden op grote schaal, zoals door enkele klokkenluiders recent naar buiten gebracht, heeft hij niet aangetroffen. Vanthemsche heeft met zes van hen gesproken. „De beschuldigingen heeft Vanthemsche niet kunnen verifiëren'', aldus Verburg. „Het waren blijkbaar luchtballonnen.''
Zij wil het toezicht op de kleine slachterijen verbeteren door de keuringsartsen efficiënter in te zetten. De slachthuizen mogen straks alleen nog maar op bepaalde tijdstippen slachten. Nu moeten de dierenartsen komen opdraven op het moment dat vee binnenkomt bij de bedrijven. „Deze bedrijven kunnen niet langer allemaal tegelijk slachten. Dat is niet langer houdbaar'', aldus Verburg. Zij wil afspraken maken met de sector hoe dit in de praktijk uitgevoerd moet worden.
